gewone wegwesp

De gewone wegwesp of roodzwarte borstelspinnendoder (Anoplius viaticus) is een spinnendoder (Pompilidae) welke op los zand kan worden gevonden. Zoals de naam aangeeft is de wsp gespecialiseerd in de jacht op spinnen in het biezonder de wolfspin. De gewone wegwesp valt op door zijn biezondere manier van bewegen : het rent en vliegt dan een halve meter en rent weer. Het dier heeft een lange vliegtijd : het is van het voorjaar vanaf april tot in oktober te zien.

De gewone wegwesp heeft donkere vleugel waardoor het achterlijf met de drie oranje-rode banden niet goed te zien is van boven. De poten zijn lang en sprieterig, het lijf slank. Het is een dier welke wordt vermeden door vogels en insecteneters, het gif is sterk en pijnlijk. Het exemplaar hierboven is een vrouwtje.

de jacht op de wolfspin

De gewone wegwesp jaagt op de wolfspin (lycosa sp) welke op zijn beurt weer op andere insecten jaagt. Niet altijd lukt het om de spin te verlammen met een steek met de angel : de spin wordt dan zelf door de spin opgegeten. Het gevecht tussen spin en spinnendoder duurt kort , de spin blijft levenloos liggen, maar is verlamt.

De wolfspin wordt achterwaardts naar het hol gesleept. 1

Het graven van een hol

De gewone wegwesp graaft een hol , opdezelfde manier als een konijn dat doet. het gat is 8 cm diep en de spin wordt erin gelegd. Vervolgens wordt op de verlamde spin een ei gelegd. De keul wordt dichtgegooid. De wegwesp vliegt nu naar een bloem toe om wat honing te eten, en met een wachtend mannetje te paren.

Het ei komt biezonder snel uit, en dat moet ook wel : de spin komt nml anders weer bij. Binnen een week is de larve volgroeid door zich te voeden met de spin en spint zichzelf een bruine cocon van zijde achtig materiaal. Het overwintert als volwassen dier in diepe spleten en kan daardoor in het voorjaar vroeg op jacht gaan.

1gewone wegwesp man 2x 2 gewone wegwesp vrouw 2x 3 langsteelgraafwesp (Sceliphron destillatorium) 4 bijenwolf (Philanthus triangulum) met honingbij

spinnendoders (pompilus)

De spinnendoders zijn een kleine groep binnen de vliesvleugiligen (wespen, bijen en mieren). In Nederland en Vlaanderen zijn er 80 soorten , bijna allemaal zeldzaam. Bij alle soorten zijn de vrouwtjes die spinnen vangen en de spin begraven, het mannetje doet daar niet aan mee, het bezoekt bloemen en bevrucht het vrouwtje. Opmerkelijk is dat het aantal spinnendoders sterk toeneemt, zoals de gewone wegwesp. Voor de gewone wegwesp geldt dat zeker, het verspreidingsgebied verplaatst zich naar het noorden, en dat doet het bijvoorbeeld ook in de U.K.

bronnen, referenties:

1 J.P. Thijsse. (1907). De Wegwesp. (Pompilus viaticus). De Levende Natuur12(4-5), 66–68. 2 brehm 1894 Hongaarse uitgave