vuurwants

Een zeer onopvallend insect, rood met een zwarte zandloper op de rug. De kleur is bedoeld om vogelsen zoogdieren op afstand te houden (insekten nemen de kleur rood nauwelijks waar) : de vuurwants heeft een klier welke een afschuwelijk smakende stof afscheidt. Dit maakt de vuurwants oneetbaar, maar niet giftig.Een vuurwants die wordt vermorzeld stinkt ook.

vuurwantsen bewegen zich traag over planten waarvan zij de sappen opzuigen.

vuurwantsen verspreiding


Vuurwantsen leven in groepen.
Vuurwantsen zijn al vroeg in het voorjaar te vinden en
zijn dan op zoek naar een plekje in de zon om op te
warmen. Na een zachte winter zijn ze talrijk.

Vuurwantsen leven in grote groepen bij elkaar , welke vooral uit de jongere instars bestaan.

De vuurwants heeft wel vleugels maar
kan niet vliegen. In het Zuiden van Europa zijn
er verwante soorten die wel kunnen vliegen.

De kaneelvleugelwants en de vuurwants.

 Beide insecten lijken sterk op elkaar. Het meest eenvoudige verschil is dat de vuurwants een volledig zwarte kop heeft, de kaneelvleugelwants heeft een oranje vlek op de kop. De vuurwants leeft met een grote groep bij elkaar, de kaneelvleugelwants leeft solitaire. De vuurwants kan niet vliegen, de kaneelvleugelwant vliegt juist veel.

Voedsel van de vuurwants

Hun voornaamste bezigheid is het leegzuigen van
vruchten, en het opzuigen van het sap van bomen mry name van de linde.
Om dezelfde reden wordt de vuurwants aangetroffen
bij malva en het kaasjeskruid.

Er zijn meer dan 600 inheemse wantsen, hier een selectie: een afbeelding voor A.E. Brehm in 1908 gemaakt1.

wantsen

Wantsen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling. Ze verschillen van andere groepen insecten doordat ze buisvormige monddelen hebben waarmee voedsel wordt opgezogen. Een nimf ziet er meestal al hetzelfde uit als een imago (volwassen insect), maar dan zonder de vleugels. In het zoete water zijn de wantsen de belangrijkste insectengroep.
1 Boswants (Pentatoma rufipes), parend
2 Rode moordwants of rode roofwants (Rhinocoris iracundus)
3 Koolwants (Eurydema oleracea)
4 Zuringwants (Coreus marginatus)
5 Pyjamawants of rood-zwarte streepwants (Graphosoma italicum)
6 zwarte wegmier of weidemier (Lasius niger)
7 bladluizen (Aphidoidea)
8  larve van Sikkelwants (Nabida)
9  Grote slanke glasvleugelwants (Chorosoma schillingii)
10  Schaarse pantserwants (Eurygaster maura) 
11 Vuurwants (Pyrrhocoris apterus)
12 Zesvlekprachtblindwants ( Grypocoris sexguttatus)
13 Ridderwants. (Lygaeus equestris)
1 gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) 2 winterlinde (Tilia cordata)

1 Brehm ( 1908) Das leben der Tiere